Knack Weekend op reis met Wild Tanzania

Het noorden van Tanzania is volgens kenners een van de beste plekken op onze planeet voor een safari. Wij gingen kijken of dat echt zo is. Spoiler: het klopt.

  • Tekst door Nathalie Le Blanc 
  • Foto's van Duncan De Fey
    Oorspronkelijk verschenen in Knack Weekend

Ballonvaart is een woord dat perfect zijn lading perfect dekt. Ik zweef boven Ndutu Conservation Area en het lijkt in niets op vliegen. Daar is het te stil en sereen voor. Nu ja, tot piloot Nicola zijn gasbrander opendraait en de zebra’s opschrikt. Ik rijd nu al zes dagen door de indrukwekkende natuur in het noorden van Tanzania, en heb met volle teugen genoten van de uitzichten op dieren en landschap, maar dit vogelperspectief is anders. De door olifanten omgeduwde bomen, de vlekjes roze flamingo’s aan de rand van het meer, een groep gnoe’s die tussen de bomen door rennen, giraffen die aan acacia’s knabbelen, het is even indrukwekkend, maar bezadigder, omdat je ‘vaart’. Ik ben een notoire babbelaar, maar zeg anderhalf uur bijna geen woord. Daarvoor is er te veel te zien.

GNOES GENOEG

De kalmte van deze ballonvaart is nog intenser omdat het contrast met wat ervoor kwam zo groot is. We vertrokken om vijf uur aan het Siringit Migration Camp, en na een nacht vol regen gleden we meer dan we reden. Een andere auto met ballonvaarders had zich vastgereden, dus maakten wij een omweg om hen op te pikken, waarna wij ook wieldiep in de modder terecht kwamen. Toen een grotere jeep ons niet kon lostrekken, stapten we over. Het was 10, misschien 20 meter wandelen. Na amper een paar minuten rijden, dook er links een stevige leeuw op. Iedereen in de auto gilde, en de leeuw leek evenveel van ons te schrikken als wij van hem. Hij bleek deel te zijn van een hele troep, wat het extra spannend maakte toen we amper een paar honderd meter verder aan een lodge stopten en de chauffeur uitstapte om de extra ballonvaarders te gaan zoeken. De combinatie van angst en opwinding was intens, ik voelde de adrenaline in mijn bloed. Die is zwevend boven de uitgestrekte vlakte gelukkig in ijltempo weer gezakt. Als we na de landing richting bush-ontbijt rijden, komen we in een migratie terecht. Honderden gnoe’s wandelen over de vlakte, zo ver als we kunnen kijken, en de chauffeur rijdt er voorzichtig door. Het is januari, de maand dat er massaal babygnoe’s geboren worden, en als een roofvogel vlakbij uit een boom omlaag duikt, spat de groep uit elkaar als een vijver waar een steen in gegooid wordt. Na het ontbijt spotten we ook nog een jachtluipaardgezin, een ietwat zeldzame civetkat en twee luipaarden. Qua rollercoaster van gevoelens is dit een van de meest spectaculaire ochtenden van mijn leven. Gelukkig heeft mijn tent in het Siringit Migration Camp een terras en een mooi uitzicht, ideaal om te bekomen, en terug te kijken op een week safari.


ZES DAGEN EERDER

Hold it! Gids Wilfred waarschuwt ons elke keer als wij rechtstaan in de auto en hij weer gaat rijden. En dat gebeurt vaak als we de Enduimet Wildlife Management Area binnenrijden. Dit is een insidertip, legt Thomas Verougstrate van Wild Tanzania uit. Zij organiseerden deze reis, en hebben hier een eigen bushkamp. ‘Het is een van de rustigste parken, dus vaak kom je amper andere auto’s tegen, en het landschap aan de voet van Kilimanjaro is fantastisch.’ Wat we wel tegenkomen zijn zebra, gnoe, allerlei gazelles, struisvogels, bavianen en zeer veel giraffen. Die zijn al prachtig als ze gewoon aan een boom staan te knabbelen, maar eenmaal in beweging worden ze de definitie van elegantie. Dat hun lange benen en nek ook iets onhandigs hebben, maakt ze alleen maar charmanter. Een giraf herken ik zelfs, maar het wordt snel duidelijk dat we met Wilfred een gids hebben die echt elk dier opmerkt. Rijdend op moeilijk terrein, spot hij een roofvogel hoog in een boom, een jakhals, kleine dikdiks en een dikke blauwgrijze parelhoen in het gras. Zijn bijnaam is terecht Goldeneye. En dan zijn er plots de eerste olifanten van de reis. Twee mannetjes die tussen de bomen staan te grazen. Laat je niets wijsmaken over luipaarden of leeuwen, olifanten zijn de beste dieren ter wereld. Groot, indrukwekkend, maar omwille van hun precieze bewegingen ook lieflijk. Een van de dieren trekt met alleen het topje van zijn slurf gras uit, en graaft met zijn voet naar een plant. Misschien is het omdat deze dieren meestal geen angst moeten hebben voor roofdieren, dat ze zo’n rust uitstralen. Ze zijn indrukwekkend op de manier dat hoge bergen of een rotsige kust waar golven op kapotspatten het ook zijn. Ik zou hier uren naar kunnen kijken, maar we hebben nog plannen. Een kort bezoekje aan de Keniaanse grens, inchecken in het kamp, een sundowner met zicht op de Kilimanjaro, een avondsafari en een bushdiner.

Later die avond volg ik een jongeman met een lamp langs een donker pad. Ons bushdiner onder de sterrenhemel is een interessante ervaring. Kok Raymond kookt onder een acaciaboom, en wij eten bij zaklamplicht zijn lekkere gerechten. De vele dierengeluiden zijn voor een stadmens als mezelf ietwat verontrustend in het begin, maar als dat wegebt, is er alleen nog verwondering. Ik eet taart eten op een plek waar zo maar een giraf of een olifant zou kunnen passeren.

Het bushcamp is basic qua accommodatie, maar wakker worden met de zon die opkomt boven Kilimanjaro is dat zeker niet. De silhouetten van de bomen, sluiers wolken, het licht dat elke minuut verandert, het is het soort beeld dat je nooit vergeet. Mijn hart slaat over als ik geritsel in de struiken vlakbij hoor. Ik wens een olifant, maar het blijkt een Masaai-koe te zijn. Zij trekken door dit gebied, je herkent hun herders’ felgekleurde kledij van ver. Het ontbijt op een platform biedt uitzicht op Kilimanjaro, en de kuddes. Dat ze prima samenleven met de wilde dieren in hun omgeving, legt Edison, de jonge man die dit kamp runt, uit. ‘De meeste dieren zijn helemaal niet geïnteresseerd in die kuddes,’ lacht hij. ‘Of in ons. Trouwens, heb je de giraffen-keutels gezien? Die trokken vannacht door ons kamp.’

OLIFANTENPARADIJS

Een container is niet iets waar ik aan denk als ik aan een safarilodge denk, en toch is dat waar de kamers van Elephant Lodge in zitten. Ze bieden een perfecte plek voor een elegant hemelbed en grote badkamer, maar zijn vooral ook de basis voor een dakterras dat iets van een luxe-boomhut heeft. In de verte zie ik grote grijze vlekken bewegen, maar het zijn de ruziemakende bavianen een paar bomen verder die mijn aandacht opeisen. De olifanten laten zich later echt zien terwijl we genieten van een diner op het terras. ‘Toen deze lodge pas open ging kwamen de olifanten uit het zwembad drinken,’ legt Wilfred uit. ‘Dat was toch iets te dichtbij, dus legden ze een tiental meter verder een drinkvijver aan.’ Steak met pepersaus, terwijl een paar olifanten water rond spetsen, het stond niet op mijn bucketlist, maar dat was onterecht.  ‘Dit grenst dan ook aan Tarangire,’ lacht Wilfred, ‘een nationaal park dat zich het paradijs voor olifanten noemt.’

Als we de volgende ochtend om zes uur het park inrijden, zijn dat ook de eerste dieren die we zien. Een ochtendgloed die alles diepgroen maakt, wat mist tussen de bomen, en drie gigantische olifanten die aan een gezapig tempo voorbijwandelen, dit word je echt nooit beu. Een safari blijkt een ietwat confronterende ervaring. De eerste minuten dat we een dier zien, fotografeer ik alsof mijn leven er vanaf hangt. Camera, telefoon, videootjes, ik wil alles vastleggen. Maar is dat nodig, bedenk ik, kijkend naar een baby-olifant kijk die wild met zijn slurfje zwiert omdat gras plukken nog niet goed wil lukken. Ik kan ook gewoon kijken en genieten, zonder schermpje en zonder het te willen delen met de wereld. Dus maak ik maar een paar foto’s als we even verder drie loungende leeuwen tegenkomen, en laat ik mijn camera in zijn tas zitten als we op de oever van de rivier tientallen dieren zien drinken terwijl een kudde olifanten een voor een de steile oever af glijdt.  

DE BIG FIVE

Tarangire heeft een hoog Lion King gehalte: een meanderende rivier, heuvels en rotsen, acaciabossen, baobabs en groene vlaktes. In één blik een viertal giraffen zien, en honderden meters verder een groep van wel dertig olifanten, en ook nog wat gazelles, zebra en gnoe’s, een mens gaat er breed van glimlachen. Uiteraard ga je op safari voor de dieren, maar het landschap hier is ook imposant, en de knoestige baobabs benemen me even vaak de adem als de olifanten. Zou er een Baobab Appreciation Society bestaan waar ik lid van kan worden?

De Big Five die iedereen wil zien -olifant, leeuw, buffel, neushoorn en luipaard- dateren nog uit de tijd dat er op de dieren gejaagd werd, legt Thomas uit. ‘Het waren de trofeeën die jagers mee naar huis wilden nemen, wegens gevaarlijk.’ Dat zebra en giraffen niet in de top vijf staan, vind ik een misdaad tegen de schoonheid, en ook de vele vogels die Wilfred spot maken me blij. Roofvogels, aaseters, ooievaars, flamingo’s en kraanvogels, maar ook kleine blauw-oranje kingfishers en spreeuwen, knalgele wevers en baardvogels, lichtblauwe scharrelaars en veelkleurige bijeneters. ‘Je begrijpt waarom we op verzoek ook vogelreizen organiseren,’ lacht Thomas.

ARK VAN NOACH

Er zijn plekken die je het gevoel geven dat er duizenden jaren niets veranderd is. De Ngorogorokrater is er zo een. Ik droom al jaren van een bezoek aan deze fascinerende plek, en mijn eerste blik op de groene vulkaankrater van aan een uitzichtspunt stelt niet teleur. 260 vierkante kilometer grasland, moeras en meer, binnen een steile, 600 meter hoge rand, met daarin tienduizenden dieren, het is een spectaculaire groene kom. Wilfred haalt zijn verrekijker boven en speurt de krater af. Dat piepkleine grijze vlekje is een neushoorn, zegt hij, en ik geloof hem. Deze krater is volgens de New York Times een van dé plekken om in 2026 te bezoeken, omdat een groep van zeventien Zuid-Afrikaanse witte neushoorns hier vorig jaar toekwam om de populatie op te krikken. ‘Ze worden in kleine groepjes de krater ingelaten,’ legt Wilfred uit, ‘en ik heb er al een viertal gespot. Maar dat daar is een gewone zwarte neushoorn.’ 

Nu is deze krater altijd de moeite, omwille van de schoonheid van het landschap en de immense concentratie dieren. Als we de volgende dag op de bodem van de krater rijden, zie ik ze overal waar ik kijk. Grote groepen gnoe’s, met veel licht gekleurde kleintjes in de kudde, meer zebra’s dan je kunt tellen, maar ook jakhalzen, wrattenzwijnen en struisvogels. Het duurt even voor mijn brein dit beeld kan verwerken. Deze plek wordt in brochures wel eens de Ark van Noah genoemd, en ik begrijp waarom.  Als we Engitati Hill oprijden, hebben we een geweldig uitzicht. Er passeren een paar hyena’s, we zien grote migraties van zebra en gnoe’s en een groep olifanten die tegen elkaar aanschurkt. Ware het niet voor de auto’s, en de wegen die ze in het groen gekerfd hebben, dan zou dit beeld er honderden jaren geleden misschien wel min of meer hetzelfde uitgezien hebben.  

Wat relatief recent is, is de Ngoitokitok Springs picknickplek, met een postkaartjes-uitzicht op een acaciabos, de kraterwand en een meer. Pas als we onze spullen uitpakken, merk ik de grijze vlekken in het water op. Nijlpaarden, die af en toe boven water komen kijken. Ze zijn notoir gevaarlijk, maar het zijn de zwarte wouwen die uit zijn op onze picknick, waar ik me echt zorgen over moet maken, stelt Thomas. De marabou’s, gele wevers en parelhoenen die kruimels proberen te scoren van de lunchende toeristen zijn timide, maar de wouwen maken gewoon een duikvlucht naar wat ze willen.

METALEN WEZENS

Misschien is het omdat je op deze plek zo ver kunt kijken, maar dit is de eerste keer dat het me opvalt dat er best veel auto’s rondtoeren. Als je een tros samen ziet, dan valt er iets te beleven, en onze eerste tros staat rond een groepje leeuwinnen. Ze loungen een tijdje in het gras, en lopen dan elk een andere richting uit. Eén leeuwin komt onze richting uit, en ik word me plots bewust van het feit dat ik aan een groot open raam zit. ‘Maak je geen zorgen,’ lacht Wilfred, ‘leeuwen jagen niet op ons.’  Vraag is, hoe zien deze dieren ons dan wel? Zien ze figuurtjes in een soort rijdende kooi? Of zijn we grote metalen dieren die een tijdje stilstaan in hun buurt? De leeuwin verdwijnt in een bos struiken, en de auto’s rijden verder, op zoek naar iets anders om bij stil te staan.

Wij logeren in Lemala Osonjoi Lodge, hoog op de kraterrand. Na een lange rit op skelet-door-elkaar-schuddende onverharde wegen en een smal pad door het kraterrandbos, zijn de gebouwen van de lodge een oprechte verrassing. De kamers, lobby, restaurants en het zwembad zitten in zwarte, architecturaal verantwoorde gebouwtjes, de welkomsmocktail is heerlijk en de immense suite bepaald sexy.  Het heeft iets onwezenlijks om een bad te nemen en wakker te worden met zicht op de Ngorogoro krater, tientallen kilometers van de bewoonde wereld, ook omdat je wegens potentiële ontmoetingen met buffels of een net moeder geworden luipaard niet in je eentje van je suite naar het restaurant mag wandelen. En dus moet je via walkie talkie begeleiding vragen, en voel je je weer even een meisje van tien. Een koppel gasten is op huwelijksreis, en dit lijkt me er eerlijk gezegd een excellente plek voor.

DOOR HET STOF

Op de laatste safaridag, luierend voor de tent van het Siringit Migration Camp, bedenk ik dat een safari misschien een van de heftigste vakanties is die je kunt kiezen. Op reis zijn je emoties sowieso wat groter, je bent ontspannen en doet hopelijk dingen die je geweldig vindt. Maar op safari is alles net iets intenser. Ik ben vanmorgen wakker geworden in een king size bed in een tent midden in de wildernis, en omdat ik alleen het muggennet gesloten had, was mijn ‘wekker’ een concert van vogelzang, en zag ik in de verte een zebra voorbijlopen. Dat is niet doorsnee. Net als de jachtluipaardmama en haar vier kleintjes die in een cirkel van safarivoertuigen knabbelden aan een gazelle. Olifanten, leeuwen, giraffen en luipaarden, kampvuren en interessante verhalen, verwelkomd worden met gezang en warme douches in de wildernis, de verwonderingmeter slaat tientallen keer per dag door. Nu is safari ook best wat gedoe. Altijd schoenen aan wegens potentiële schorpioenen, beige kleding en vroege wekkers, muggennetten en -melk, en zeer veel stof. Maar het is een beetje zoals een skivakantie. Dat gedoe is het meer dan waard, want wat je terugkrijgt is onvergetelijk. Het bewijs? Als ik een paar dagen later langs de autostrade naar Brussel een onduidelijke figuur in een veld zie, is mijn eerste reactie: olifant? Het was een paard met een grijs deken op zijn rug. Het gevaar op Elephant withdrawel syndrome is dus reëel.

SAFARI ZONDER SCHULDGEVOEL

Luxelogies diep in de natuur is ietwat onwezenlijk, luxe logies in een land waar luxe niet voor de meerderheid van de bevolking is weggelegd is iets anders. Dus laat ons de olifant in de kamer eens bekijken: hoe ga je in goed geweten op safari?  ‘Door je goed te informeren als je een organisatie kiest,’ legt Thomas uit, ‘Waar staan ze voor, hebben ze goede gidsen, … De meeste lodges en organisaties ondersteunen een of meer projecten en iets als de Afrika Amini Masaai Lodge gaat verder. Ze werd gebouwd door Masaaï, geweldig ingericht met originele details en typisch textiel, en de opbrengst gaat naar acht verschillende scholen, andere onderwijsprojecten, een ziekenhuis en medische initiatieven.’ Initiatiefneemster is de Oostenrijkse dokter Christine Wallner, maar de dagelijkse leiding is in handen van lokale Masaaï, waarvan er nogal wat opgeleid werden in de hotelschool van het project.  De lodge ligt niet te ver van Kilimanjaro Airport en heeft een fantastisch uitzicht op die Kilimanjaro. Perfect om een safari te starten -zoals wij- of eindigen, en voor wie wil, ook om iets op te steken over de Masaaï cultuur. Ik leer bijvoorbeeld dat de ruime kamer waar ik logeer gebouwd is door vrouwen, want bij de Masaaï zijn zij de bouwmeesters, elke avond is er een dansmoment en tijdens een ochtendwandeling rond de lodge legt gids David uit welke planten voor welke medische problemen gebruikt worden, en hoe hij aan de wolken rond Mount Meru kan zien wat voor weer eraan komt.  We lunchen in het schoolrestaurant dat bij de Afrika Amini hotelschool hoort en worden daarna rondgeleid door Humphrey, die de volgende dag aan zijn eerste job begint in een Lemala Lodge. De Masaaï Lodge is geen plek waar je komt om dieren te spotten, de vibe is vakantie, met een zwembad, veel mooie plekken om van het uitzicht te genieten en mensen die je met open armen ontvangen.

Praktisch:

Transport

  • Brussels Airlines vliegt vanaf juni twee keer per week naar Kilimanjaro Airport, Tanzania, op woensdagen en zaterdagen. Prijzen in Economy vanaf 515 heen en terug. Wij vlogen van Ndutu Airstrip naar Kilimanjaro met Auric Air. De ballonvaart deden we met Miracle Experience Tanzania. 

Organisatie

Wild Tanzania is een Belgische reisorganisatie, opgericht door Bram Markey en THomas Verougstrate, die jarenlang in Tanzania woonden. Ze specialiseren zich in authentieke safari's op maat en Kilimanjaro-beklimmingen, met een eigen team in Tanzania. 

Logies

  • Enduimet Bush Camp van Wild Tanzania is basic, maar ligt op een geweldige locatie met uitzicht op de Kilimanjaro. 
  • MasaaÏ lodge
  • Elephant Lodge ligt aan de rand van Tarangire, de kans dat je olifantengezelschap krijgt is 94% en wensen Belgsiche eigenaars is het eten excellent.
  • Lemala Osonjoi is het recentste project van Lemala, met 20 luxesuites, spa en gastronomisch restaurant, vlak bij een van de toegangspoorten tot de Ngornongoro-krater.
  • Siringit Migration Camp biedt met 8 luxueuze tenten een plaatsje op de eerste rij in een van de meest bijzondere natuuurgebieden van Tanzania: Ndutu. Een mobiel 'Small Luxury Hotel of the World' dus, met een uitstekende kueken.

Papieren

Voor een reis naar Tanzania heb je een reispaspoort nodig dat nog zes maanden geldig is. Een visum koop je op de luchthaven als je landt.

keyboard_arrow_up